Kwaliteit, hoe meet je dat?

door | okt 3, 2017 | Nieuws | 0 Reacties

In 2015 heeft het College van Bestuur het Strategisch Plan 2015-2020 geschreven, samen met de universiteitsraad. Daarin zijn een aantal doelen opgesteld die we als universiteit in 2020 willen hebben bereikt. Om deze doelen te realiseren, is het college afhankelijk van de verschillende faculteiten. Daarom heeft het college van bestuur ook bestuurlijke overleggen met de faculteitsbesturen. Als voorbereiding op deze gesprekken wil het college een lijstje statistieken van de faculteiten om te kijken hoe ze ervoor staan: de zogenaamde Quality Indicators.

Hoe kun je kwaliteit meten?

Eerder heette dit lijstje nog Key Performance Indicators, maar ondertussen is de naam gewijzigd in Quality Indicators. Omdat dit een toevoeging aan het Strategisch Plan is, hebben wij hier instemmingsrecht op, net als op het plan zelf.

Dit lijstje bevatte dus een aantal cijfers. Denk aan studentenaantallen in het eerste jaar, percentage internationals, percentage docenten met de basiskwalificatie onderwijs, aantal promoties, percentage vrouwelijke hoogleraren, etc. De hele lijst vind je hier.

Voor ons zijn echter veel van deze cijfers niet per se een indicator van kwaliteit. Een opleiding met veel internationals is niet per se een betere opleiding. Het aantal studenten in een faculteit maakt de faculteit niet per se beter. Zijn dit wel kwaliteitsindicatoren?

Kijken naar het hele verhaal, niet de kale cijfers

Wat voor ons van groot belang is, is dat deze cijfers slechts een middel zijn en niet een einddoel. Faculteiten moeten de vrijheid hebben om hun onderwijs zo goed mogelijk in te richten en niet te hoeven vrezen afgerekend te worden op de targets van het college van bestuur. De collegevoorzitter heeft dit aan ons toegezegd. De cijfers zullen slechts het begin van het gesprek zijn: hoe staat een faculteit ervoor?

Neem bijvoorbeeld de studentenaantallen. Als een opleiding ineens veel meer studenten krijgt, moet het aantal docenten ook meegroeien. Als dat niet gebeurt, worden de klassen groter en het onderwijs slechter. En wat als het aantal studenten ineens tegenvalt? Dan krijgt een opleiding plots een stuk minder geld, wat de kwaliteit ook niet ten goede komt.

Hiernaast is ook toegezegd dat de naam wordt gewijzigd in ‘Indicatoren Strategisch Plan’. Dit dekt volgens ons de lading veel beter. Bovenop deze toezeggingen worden twee indicatoren op initiatief van DAG, gesteund door SOG en Lijst Calimero, toegevoegd: student-staf ratio en de werkdruk onder docenten. Hiermee ontstaat een nóg beter beeld van wat er op de faculteiten speelt.

De universiteitsraad stemde uiteindelijk met een meerderheid in met de indicatoren en de gedane toezeggingen.