How the tables have turned

door | apr 17, 2018 | Opinie | 0 Reacties

Toen Ubbo Emmius in 1614 onze universiteit oprichtte, had hij waarschijnlijk nooit voorzien dat deze de tand des tijds zou doorstaan en in 2014 haar vijfde eeuw zou ingaan. Toen was onze stad nog onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, dat het lustrumjaar van het bekende Twaalfjarig bestand inging. Ik begin met deze geschiedenisles omdat ik de koppeling wil maken naar een ander bestand: het studentenbestand van deze universiteit. Dat wij meer dan 400 jaar kunnen bestaan moet wel betekenen dat wij ons kunnen aanpassen aan wat er in de maatschappij gebeurt. Sterker nog, dat wij als universiteit een lichtend voorbeeld kunnen en moeten zijn voor de samenleving die ons in stand houdt.

Goed omgaan met veranderingen, het is één van onze taken als universiteit. Dat statement brengt mij bij de studentenpopulatie die wij vertegenwoordigen als Lijst Calimero. Tien jaar geleden bestond deze namelijk nog vrijwel exclusief uit Nederlandse studenten. Waar er 20 jaar geleden nog slechts 753 internationale studenten op onze universiteit stonden ingeschreven, zijn dat er nu 5.817. Dat is een toename van 673%. Onze universiteit is lang een nederlandstalige universiteit geweest. Door de internationalisering hebben talrijke  goede ontwikkelingen ons Groningen verrijkt. Maar het kwam ook met nadelen, waarvoor nu concrete oplossingen moeten komen, zodat de door Ubbo Emmius gestarte universiteit een mooie academische thuishaven blijft.

Het valt niet te ontkennen dat deze internationalisering een verandering in het DNA van de universiteit teweeg heeft gebracht. Maar die verandering lijkt nog niet goed te zijn doorgedrongen in het verantwoordelijkheidsbesef van de universiteit. Want waar de universiteit er vroeger nog mee weg kwam om bijvoorbeeld studenten aan te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid op het gebied van huisvesting, gaat deze vlieger niet meer op voor de studenten uit Kroatië, Zuid-Korea of Australië. De universiteit heeft een huisvestingsplicht voor de duizenden internationals, en deze plicht verzaakt zij. Want ook dit jaar bericht de UK weer over een aankomend tekort, ditmaal van maar liefst 563 kamers.  Voor het derde jaar op rij een tekort aan huizen, wat inkomende studenten uit het buitenland het hardste treft. Dit najaar schreven wij al een brandbrief, maar helaas lijkt het probleem alleen maar erger te worden. Nu is de universiteit eindelijk concrete maatregelen aan het nemen om dit probleem aan te pakken, maar duidelijk is dat zij dit dossier niet goed heeft opgepakt vanaf het begin.

Huisvesting is niet het enige dossier waarin pijnlijk naar voren komt dat de universiteit eerst doet en daarna pas denkt. Eerder deze maand berichtte de UK in een tweeluik hoe een groot gedeelte van de internationale studenten en stafleden te maken krijgt met ongepaste, racistische opmerkingen. Verschrikkelijk, want niemand mag slachtoffer worden van discriminatie en iedere student, ongeacht afkomst, zou zich welkom moeten voelen op deze universiteit.

Van onschuld tot beladen term

Dit zijn twee voorbeelden uit een reeks van processen die niet goed gaan op het gebied van internationalisering. Deze problematiek tezamen zorgt ervoor dat de term internationalisering beladen is geworden. De RUG heeft de ambitie om het percentage internationale studenten op te schroeven naar 30%, maar tegelijkertijd barst de stad uit haar voegen. Onze universiteit streeft haar eigen capaciteit voorbij door op zo’n rigoureuze manier met internationalisering om te gaan. Wij vinden dat het van groot belang is om eerst de zaken intern op orde te hebben wat betreft internationalisering, alvorens de focus naar buiten te richten qua internationaliseringsbeleid.  

Een vergrote toestroom van niet-Nederlandse mensen vraagt namelijk om aanpassing van ons onderwijs en de manier van doen. Dat besef moet doordringen in alle curricula op onze universiteit, maar ook onder alle studenten en stafleden. Daarom vinden wij dat de RUG geen halfbakken beleid op dit punt mag voeren. Toen wij het aan het College van Bestuur het idee voorlegden om een vertrouwenspersoon voor internationals aan te stellen, met het oog op de verontrustende bevindingen van de UK, werd dit weggewuifd. Maar dat kunnen we niet maken in onze positie, als gastheer moet je namelijk iedereen een plek geven waar ze hun ei kwijt te kunnen.

Daarnaast moeten we de grenzen van de internationalisering erkennen. Er klinken signalen van stafleden dat sommige opleidingen overhaast verengelst worden, met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit ervan. Vaak kan internationalisering iets toevoegen aan een vak of opleidingen, maar sommige gedeelten van de onderwijsprogramma’s zullen gewoon Nederlands moeten blijven. Daarom is het cruciaal dat nieuw beleid op internationaliserings bottom-up wordt geformuleerd: Per opleiding zullen de kansen, risico’s en uitdagingen anders liggen. Maar met respect voor de identiteit van programma’s, kan deze universiteit gunstige stappen zetten in het voorbereiden van haar studenten op een geglobaliseerde wereld.

Want internationalisering gaat niet alleen over wat de universiteit voor de internationale studenten en stafleden moet doen. Het gaat ook over het aanpassen van de universiteit aan de behoeften van Nederlandse studenten die later in een geglobaliseerde wereld hun kennis en vaardigheden zullen toepassen. Ons leven zal alleen maar verder worden geïnternationaliseerd, wat onze studieprogramma’s moeten reflecteren. Waar mogelijk, moeten wij internationale en interculturele vaardigheden en kennis gaan opdoen. Diversifiëring van onderzoek, onderwijs en expertise is een essentiële stap de komende jaren.

Het College van Bestuur heeft aangekondigd om in een vroeger stadium dan gebruikelijk na te denken over het internationaliseringshoofdstuk van het aankomende Strategisch Plan (2020-2025). Daarom is het tijd dat studenten en personeel, uit elke faculteit, van elk niveau en elke hoek hun visie en mening laten horen op deze vraagstukken. We moeten met z’n allen helder hebben welke kant we opgaan en hoe we ervoor gaan zorgen de ook de universiteit ook de komende decennia door kan komen.