Afgelopen maand dienden we samen met de andere studentenfracties een voorstel in waarin we pleitten voor het reorganiseren van de interne structuur van de universiteitsraad. We leggen je hier uit wat dit voorstel inhoudt.

Het stond al in de UK: eenmaal zond de Personeelsfractie een opiniestuk in, eenmaal deed de UK zelf verslag van een gespannen vergadering. Nu vinden wij het zelf ook tijd om de stand van zaken weer te geven. Want wat stellen we eigenlijk voor aan de raad? En waarom levert dat weerstand op? We beginnen echter met de vraag: waarom stellen wij dit voor?

Het afgelopen jaar is er een nationaal debat ontstaan over de wijze waarop universiteiten bestuurd worden en met name de rol van de medezeggenschap hierin. Er is veel onvrede, onder andere over de kracht en macht van de medezeggenschapsraden. Deze discussie heeft veelal geleid tot de conclusie dat de medezeggenschap te weinig machtsmiddelen heeft in het gesprek met het College van Bestuur. Hier zijn we het vaak mee eens, maar de problemen slechts buiten onszelf zoeken is te gemakkelijk. We zijn ook naar ons eigen functioneren gaan kijken. Hoe doen wij het? Waar zijn we te laat of kunnen we niet genoeg de vuist ballen? Deze kritische zelfreflectie heeft ons doen inzien dat we op een aantal vlakken efficiënter en daadkrachtiger kunnen werken. En daaruit volgde ons voorstel.

We begonnen bij de organisatie. Op dit moment vormt het presidium het dagelijks bestuur van de raad. Een voorzitter, eigenlijk altijd een personeelslid, en een vice-voorzitter/secretaris, eigenlijk altijd een student. Zij zorgen ervoor dat de raad kan functioneren. Ze maken de agenda’s en zitten de vergaderingen voor. Hier komt echter meer organisatorisch werk bij kijken. Daardoor, en omdat het presidium tijdens vergaderingen neutraal moet zijn, kunnen zij minder tijd steken in de inhoudelijke discussie met het CvB. Bovendien leidt het feit dat een (vice-)voorzitter uit een fractie komt, soms tot een ingewikkelde belangenverstrengeling. Deze analyse leidde tot ons voorstel om over te gaan op een externe technisch voorzitter. Een voorzitter die geen zetel heeft in de raad en geen deel uitmaakt van een partij. Zo scheidt je het inhoudelijke werk van het organisatorische en houdt je meer mankracht over voor de discussie. Bovendien wordt een verstrengeling van fractie- en raadsbelang voorkomen. Bij een meningsverschil tussen fractie staat een extern voorzitter hier altijd neutraal in. Hij of zij kan bemiddelen of de verschillende meningen gelijkelijk verkondigen.

De tweede conclusie die we trokken is dat de raadsvergadering aan het eind van de maand soms simpelweg te laat komt. De raad zou korter op de collegevergaderingen moeten zitten. Op dit moment kanalleen het presidium van de raad dit. Zij ontvangen de collegestukken direct na de vergadering. Het presidium is echter maar met zijn tweeën. Bovendien zijn de stukken dan nog vertrouwelijk, waardoor de rest van de raad maar beperkt kan worden ingelicht. Om deze vertraging in en vernauwing van de informatievoorziening op te heffen, stellen wij voor het presidium uit te breiden. Met een afgevaardigde van elke fractie is de gehele raad sneller op de hoogte en beschikt elke fractie over gelijke informatie.

Een tweede voordeel van deze aanpassing van het presidium is dat de fracties vaker met elkaar om tafel zitten. Te vaak speelt het presidium nu nog een boodschappersrol waardoor de communicatie soms onnodig traag gaat.

Dit zijn de voorstellen die inmiddels al in vier vergaderingen zijn besproken. Het is natuurlijk een grote verandering van een systeem dat al jaren op dezelfde wijze functioneert. En het heeft dan ook even mogen duren voor het voorstel volledig geland was bij iedereen. Het is nu echter ook tijd om door te pakken. Met zoveel mogelijk draagkracht gaat over dit voorstel in de mei-vergadering definitief gestemd worden. Het ziet er goed uit: wij studenten zijn eensgezind en we krijgen steeds meer bijval van verschillende personeelsleden. En zo zijn we op weg naar historische hervorming in een historisch jaar voor de medezeggenschap. Op naar een efficiënte en daadkrachtige toekomst waarin de belangen van student en personeel nog beter worden vertegenwoordigd.